Grand Basset Griffons Vendéens

grand-basset-griffons-vendeens

Historie

Er zijn vier rassen Griffon Vendéen, de Grand Griffon Vendéen, de Briquet, de Grand Basset Vendéen en de Petit Basset Vendéen. De Griffons Vendéen vinden hun oorsprong in de Franse Vendee en worden gebruikt voor de jacht met de meute. Van oudsher werden in Frankrijk de Grand Griffon Vendéen en de Briquet gebruikt. Het landschap in de Vendee werd doorsneden met hagen en er kwamen heel wat ruige gebieden voor. Bovendien waren veel wegen in de winter onbegaanbaar. Men jaagde er daarom voor de voet, waarbij men behoefte had aan minder snelle honden. Zo ontstonden de Grand Basset Griffon Vendéen en de Petit Basset Griffon Vendéen. Deze honden komen ook in ons land voor.

Kenmerken

In huis zijn de Bassets Griffons Vendéens aanhankelijk en vriendelijk. Hun aard is eigenzinnig, zelfstandig en trouw. Ze zijn over het algemeen goed gehoorzaam te krijgen. Oorspronkelijk als meutehond gefokt, stellen zowel de Grand als de Petit Basset Vendéen prijs op gezelschap, hetzij van mensen, hetzij van andere dieren.

De Grand Basset Vendéen heeft een stem die voller (zwaarder) van klank is en een schofthoogte van 39 tot 43 cm voor teven en 40 tot 44 cm voor reuen. Deze hond is rustiger en meer stoïcijns, niet zo onstuimig en spontaan als de Petit Basset Vendéen, met een schofthoogte van 34 tot 38 cm. Beide soorten zijn ondernemend en eigenwijs en hebben een duidelijke eigen wil.

Jachteigenschappen

De manier van jagen van een Vendéen lijkt voor een buitenstaander vaak wat wild en (te) enthousiast. Meestal is dat echter alleen de eerste paar minuten zo en daarna zoeken de honden systematisch een spoor en werken dat uit. Doordat ze wat hoger op de benen staan kan de Grand Basset hierbij een groter gebied afwerken dan de Petit Basset, vooral in wat meer open jachtterreinen. De Petit is een echte konijnenjager: klein levendig, beweeglijk en zeer wendbaar. De Grand Basset is oorspronkelijk gefokt voor de drijfjacht op hazen. Ze worden echter ook op andere wildsoorten gebruikt. Beide rassen hebben een goede neus en werken in een hoog tempo, afhankelijk van de gesteldheid van het terrein en de dichtheid van de begroeiïng. Hun dichte stevige harde vacht geeft bescherming in het struikgewas (dichte bramen!) en de doornstruiken. De dichtste dekking wordt dan ook niet geschuwd.