Houden van de aangewezen plaats (C)

1. De hond moet, zonder halsband of lijn en zonder dat enig voorwerp bij de hond is achtergelaten, de hem aangewezen plaats houden tot zijn voorjager hem weer ophaalt.

2. De voorjager dient twee volle minuten buiten het gezichtsveld van de hond te verblijven.

3. De keurmeester dient er op toe te zien dat de hond niet door verwaaiing of inrichting van de proef kan weten dat zijn voorjager in zijn directe omgeving verblijft.

Beoordeling:

Algemeen

  • De beoordeling begint als de keurmeester de voorjager opdracht geeft zich naar de aflegplaats te begeven en eindigt als de hond is opgehaald.
  • De voorjager mag, zolang hij niet buiten het zicht van de hond is, ter correctie éénmaal teruglopen.
  • De rust waarmee alles wordt uitgevoerd is zeer bepalend voor de hoogte van het cijfer.
  • De door de hond eenmaal aangenomen basishouding: liggend, zittend of staand, moet voor een volmaakte uitvoering worden gehandhaafd.

Voldoende

De proef is voldoende afgelegd door de hond, die de hem aangewezen plaats niet verder dan één meter verlaat en die niet door hinderlijk janken of blaffen ongerustheid toont.

Volmaakt

De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die door zijn voorjager in alle rust zijn plaats is gewezen, voorts geen enkele aandacht van zijn voorjager krijgt, zijn plaats in het geheel niet verlaat en rustig en vol vertrouwen op zijn voorjager wacht.