Komen op bevel (deel 2)

In het vorige deel heb ik uitgelegd hoe men middels eten geven de basis kan aanleren voor het komen op bevel. De pup krijgt nog 5 keer per dan eten, dus kan men 5 keer per dag deze oefening aanleren. Ook een oudere hond kan men middels deze methode het komen aanleren. Echter er kan ook een en ander foutgaan. Veelal is onwetendheid hiervan de oorzaak. Daarom wil ik in dit laatste gedeelte van het komen op bevel ingaan op voorkomende fouten en proberen inzicht te geven waarom een hond zo reageert.

Veel voorkomende fout.

Veel hondenbezitters maken door onwetendheid een klassieke fout. Wanneer men de hond van de lijn doet en vrij geeft zal men na enige tijd de hond weer bij zich willen hebben. Men roept de hond ……. maar hij komt niet. Op dit moment gaan al heel veel mensen in de fout. Men roept de hond nogmaals….. en nogmaals…. en nogmaals. Uiteindelijk gaat men naar de hond toe. De hond ziet ons vanuit zijn ooghoeken aankomen en wanneer wij vlak bij hem zijn zal hij er steeds met een vrolijke sprong vandoor gaan, omkijkend wat wij doen, en wij gaan er al roepend achteraan. De commando’s worden dan al snel de meest vreselijke verwensingen. De hond leert van deze reactie het volgende: als de baas mij roept doet hij dat nog wel een keer en komt dan achter mij aanhollen. En dat, beste mensen, vindt elke hond een prachtig spelletje. Dus zal de hond dit heel snel door hebben en steeds vaker doen. Ook heeft een hond heel snel door dat men aan het eind van het speelveld de hond roept, hem aanlijnt en naar huis gaat. Deze gewoonte kan de hond doen besluiten niet te komen als hij vindt dat hij nog niet genoeg gerent heeft. Nu zult u denken dat kan die Koos Blom allemaal wel mooi schrijven, maar wat moet ik dan doen als mijn hond niet luistert? Natuurlijk heb ik niet de pasklare oplossing voor uw hond. Maar ik zal proberen u inzicht te geven waarom de hond in de fout gaat en wat men eventueel kan doen in zo’n situatie.

Uitleg van het gedrag van de hond.

De hond heeft een prima gehoor en zal het eerste signaal absoluut horen. Alleen vond de hond het niet nodig hiernaar te luisteren. Door een tweede signaal te geven leert de hond dat hij naar het eerste signaal dus niet hoeft te luisteren. Wanneer men ook nog een derde, vierde en zelfs vijfde komsignaal geeft leert de hond dat er na het eerste signaal altijd nog wel meerdere commando’s komen. Pas wanneer het komsignaal erg boos en dreigend klinkt zal hij het misschien tijd vinden om te komen. Op die manier ondermijnt men het eigen leiderschap. De hond bepaald nu wanneer hij wil luisteren. Men kan het beste beginnen in een ruimte waarin de hond niet weg kan rennen bijvoorbeeld de garage. Als hij op het eerste commando niet komt, ga dan naar hem toe, zeg niets doe niet boos maar lijn hem aan. Ga vervolgens een stukje door de garage lopen en laat de hond zijn eigen gang gaan, wanneer de riem bijna strak staat roept men de hond en loopt naar achter. Als de hond komt kan men hem belonen en is er niets aan de hand. Komt hij niet kan men hem middels de lijn naar ons toe halen. Op die manier helpt men de hond met het uitvoeren van de kom oefening na het eerste commando. Waarna hij bij ons zijn beloning krijgt al ging het nog zo klungelig. Echter wanneer men middels het eten geven het komen aanleert ben ik ervan overtuigd dat men de hond niet aan de riem naar ons toe hoeft te halen. Maar realiseer je goed waar men mee bezig is als men een tweede of derde commando geeft!

Bij een oudere hond die niet komt kan men proberen de oefening opnieuw aan te leren via het eten geven principe. Vergeet uw oude komcommando en bedenk een nieuw commando. De hond heeft het bij het oude commando ongewenst gedrag gecombineerd en dit zal men absoluut moeten vermijden wil men niet in herhaling terugvallen.

Een andere methode die men kan toepassen bij een hond die niet komt is precies de tegenover gestelde richting oprennen. Maak veel lawaai zodat de hond ziet dat men hem verlaat. Elke hond heeft instinctief het volgen van de roedelleider in zich. Daarom zal elke hond een maximale afstand hebben tot hoever de baas van hem vandaan kan zijn. De ene hond zal al na 10 meter achter ons aan komen hollen en de andere hond pas als we 100 meter bij hem vandaan zijn. Maar elke hond heeft een grens!! Is men aan de rand van die grens zal de hond achter ons aankomen. Is men in een situatie waarbij men niet verder weg kan hollen (door het hek of sloot) terwijl men de grensafstand nog niet heeft bereikt kan men het volgende doen. Wat neemt de hond eigenlijk waar als wij bij hem vandaan hollen? Hij ziet ons steeds kleiner worden! Dus wanneer men niet verder kan, kan men al lopend door de knieën gaan waardoor het voor de hond lijkt alsof wij steeds verder weghollen. De baas wordt immers steeds kleiner, dus in de ogen van de hond steeds verder weg.

Menselijke gewoontes die ongewenst gedrag opleveren.

Veel mensen hebben een vaste route om de hond uit te laten. Bij het uitlaatveld wordt hij los gelaten en aan het eind van het veldje roept men de hond weer om hem aan de riem te doen. Heel snel heeft een hond dit door. Wanneer de baas aan het eind van het veld de hond roept, en hij vindt dat hij nog niet genoeg uitgelaten is, zal hij niet komen. De weet immers wat er daarna gebeurd, “naar huis gaan!” Deze situatie kan men vrij simpel aanpakken. Wil de hond aan het eind van het veld niet komen roep hem dan eens halverwege. Komt de hond geef hem dan een brokje en laat hem meteen weer verder spelen. Op die manier ervaart de hond dat wij hem roepen om een beloninkje te halen en niet om zijn spel te beëindigen. Na enkele dagen kan men het brokje ook eens aan het eind van het veld geven en hem daarna weer verder laten spelen. Ook kan men de hond in het midden van het veld bij ons roepen, aanlijnen, naar het eind lopen en daar weer vrij geven. De hond weet niet wat hem overkomt. Hij snapt er niets van. Men doorbreekt nu gewoonte gedrag wat de hond herkende. Als men hem vervolgens aan het eind van het veldje weer roept zal hij graag willen komen omdat er misschien iets lekkers te halen valt. Hij kan er geen peil meer op trekken, als de baas hem nu roept is er meestal wat lekkers te halen en kan hij meteen weer verder spelen i.p.v. aan de riem te doen en naar huis te gaan. En komen om wat lekkers te krijgen doen de meeste honden maar al te graag.

Beloning afbouwen.

Na enkele weken merkt men dat de hond al heel goed het komsignaal snapt. Toch is het belangrijk nog steeds een brokje ter beloning te geven. Als de hond 5 tot 6 maanden oud is kan men dit langzaam gaan afbouwen. Men geeft nu niet elke keer als de hond komt een brokje maar af en toe. Wel moet men hem altijd belonen, dit kan met een aai over zijn kop en braaf te zeggen. Doordat men nu af en toe een brokje geeft weet de hond nooit wanneer hij dit krijgt. Daardoor zal de drang om te komen altijd blijven. Van de 10 keer dat men de hond roept kan men hem 4 keer een brokje geven. De andere 6 keer geeft men hem een knuffel en zegt braaf. Door af en toe een brokje te geven blijft de hond scherp. Zelfs met mijn oudste hond van 9 jaar geef ik van de 50 keer dat ik hem roep 3 keer een brokje. Echter hij weet nooit wanneer, het kan de 46ste keer zijn of de 23ste maar ook de 1ste keer, daardoor zal zijn drang om te komen als ik hem fluit altijd blijven.

Conclusie.

Men leert de hond iets wat hij uit zichzelf wil doen. Men gebruikt geen dwang. Dit is een heel belangrijk gegeven wanneer men de hond iets wil leren. Zorg dat men in de hond een drang opwekt waardoor de hond uit zichzelf heel graag wil gaan doen wat wij hem willen leren. Daardoor zal men zelf vindingrijk moeten zijn. Zich moeten verdiepen in het gedrag van de hond, maar het resultaat is ernaar. Ook wanneer men en oudere hond heeft die maar 2 keer per dag eten krijgt kan men deze methode toepassen. Bedenk goed dat begrip en geduld meer resultaat oplevert dan drift, dwang en een harde hand.